|
Tijdens de klimaattop in Parijs in 2015 zijn afspraken gemaakt die moeten voorkomen dat de temperatuur van de aarde met meer dan 2 graden Celsius op zal warmen. Om dat doel te kunnen bereiken is er op Europees niveau besloten dat in 2050 de uitstoot van CO2 80 tot 95 procent lager moet zijn dan het niveau van 1990. De op handen zijnde energietransitie, waar ook Nederland de komende decennia volop mee te maken krijgt, is daar een logisch gevolg van. Dat proces zal echter lang niet altijd soepel verlopen. De transitie heeft namelijk ook tot gevolg dat bepaalde marktsegmenten vanwege vastgeroeste werkpatronen financieel onder druk komen te staan en daardoor tegengas zullen geven. Daar staat tegenover dat de energietransitie ook als banenmotor kan fungeren, die voor nieuwe vormen van werkgelegenheid kan zorgen in een arbeidsmarkt die vanwege steeds verdergaande digitalisering op zichzelf ook aan een transitie onderhevig blijkt te zijn.
Samenwerking vergroot slagkracht energietransitieSowieso is de energietransitie geen klus waar lichtzinnig over nagedacht moet worden. Het is per slot van rekening niet alleen maar een kwestie van energiebedrijven ertoe bewegen om de door hen opgewekte elektriciteit op een milieuvriendelijkere manier te produceren. In aanloop op de uiteenlopende door te voeren veranderingen zijn er daarom verspreid over heel Nederland inmiddels tal van pilotprojecten gestart en is men op basis van de bevindingen daarvan in de planningsfase aangekomen waarbij ook al de eerste stappen naar een concrete aanpak aan de orde komen. Om de slagkracht op dat vlak aanmerkelijk te vergroten zijn er ondertussen steeds meer samenwerkingsverbanden op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau aan het ontstaan, waarbij de samenwerking in de G4, bestaande uit de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, momenteel het meest in het oog springt. Uiteraard dienen er concrete stappen te worden gezet om reeds bestaande huishoudens en bedrijven van het gas af te krijgen, maar het is evenzogoed belangrijk om de energietransitie nu al te implementeren in nieuwe gebiedsontwikkeling. De Omgevingswet kan in dat kader actief worden toegepast bij het nemen van concrete maatregelen, zodat de eerder gestelde klimaatdoelen tijdig kunnen worden behaald en voorkomen wordt dat er achteraf lapmiddelen ingezet moeten worden om die doelen alsnog te kunnen bereiken. |
Veelgestelde vragen
Wat is de energietransitie in Nederland?▼
De energietransitie is het proces waarbij Nederland de komende decennia overgaat op duurzamere energieopwekking. Dit is noodzakelijk om de CO2-uitstoot tegen 2050 met 80-95% te verminderen en de mondiale temperatuurstijging onder controle te houden.
Welke doelen zijn gesteld voor de energietransitie?▼
Tijdens de klimaattop in Parijs (2015) is afgesproken dat de aardtemperatuur maximaal 2 graden Celsius mag stijgen. Op Europees niveau moet de CO2-uitstoot in 2050 80-95% lager zijn dan in 1990.
Wat zijn de gevolgen van de energietransitie?▼
De transitie kan financiële druk op bepaalde marktsegmenten veroorzaken en weerstand oproepen. Tegelijk biedt het kansen voor nieuwe banen en werkgelegenheid in duurzame energiesectoren.
Welke samenwerkingsverbanden zijn er voor de energietransitie?▼
Over heel Nederland zijn pilotprojecten en samenwerkingsverbanden op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau ontstaan. De G4 (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag) springt hier momenteel het meest in het oog.
Hoe kunnen bestaande huizen en bedrijven duurzamer worden?▼
Huishoudens en bedrijven moeten van het gas af en op duurzame energie overstappen. De Omgevingswet kan helpen bij het implementeren van energietransitie in nieuwe gebiedsontwikkeling en concrete maatregelen.
